Page content

Borging, het borgingsplafond en de borgbaarheidsverklaring van het WSW

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) ziet erop toe dat de financiële risico’s van corporaties geminimaliseerd worden. Dit doet zij door de corporaties jaarlijks te toetsen en door eventuele maatregelen te treffen om de financiële positie te verbeteren. Mocht de corporatie het financieel niet redden, dan staat het WSW garant voor de leningen die de corporatie aangaat. Als corporatie moet je aan een aantal voorwaarden voldoen voordat het WSW een lening voor je wil borgen.

Download hier al mijn e-boeken over corporatiebeleid.

Voorwaarden voor borging door het WSW

De voorwaarden die het WSW stelt voor borging zijn als volgt:

  • Risicoscore van minimaal BB-: ten eerste moet je een risicoscore van minimaal BB- hebben. Deze score komt voort uit de risicoclassificatie van het WSW en wordt bepaald aan de hand van de geborgde schuld en de kans op aanspraak op geborgde leningen. Hoe lager de geborgde schuld en hoe lager de kans op aanspraak, hoe beter de risicoscore.
  • Voldoen aan minimale grenswaarden financiële ratio’s: Een tweede voorwaarde is dat de corporatie aan de minimale grenswaarden van de financiële ratio’s moet voldoen. De vier financiële ratio’s waarop het WSW (samen met het Aw) stuurt zijn de Interest Coverage Ratio (ICR, de Loan to Value (LTV), de solvabiliteitsratio en de dekkingsratio. In het gezamenlijke beoordelingskader van het WSW en Aw worden de grenswaarden bepaald.
  • Maximaal € 3,5 miljard euro door WSW geborgde leningen: de laatste voorwaarde waaraan de corporatie moet voldoen is dat de omvang van de op dat moment door WSW geborgde leningen maximaal € 3,5 miljard euro is.

Als een corporatie niet aan deze drie voorwaarden voldoet, wordt zij door het WSW overgedragen aan bijzonder beheer. Dan worden alleen leningen geborgd onder voorwaarden.

Er kunnen ook andere bijzondere situaties zijn waardoor een corporatie wordt overgedragen aan bijzonder beheer, zoals verscherpt toezicht door de Aw of een bank.

Borgingsplafond

Het borgingsplafond staat voor het maximale bedrag aan geborgde leningen dat een corporatie aan het eind van een kalenderjaar mag hebben. Het WSW stelt het borgingsplafond van een corporatie ieder jaar vast op basis van de financieringsbehoefte van een corporatie. Daarnaast weegt de risicoklasse waarin het WSW de corporatie heeft ingedeeld mee bij vaststelling van het borgingsplafond. (Bron: WSW)

Download hier al mijn e-boeken over corporatiebeleid.

Berekening van het borgingsplafond

De berekening van het borgingsplafond bestaat uit zes stappen (Bron: WSW):

  1. Geborgde leningenportefeuille bij WSW: dit is het aantal door WSW geborgde en gestorte leningen per 31 december.
  2. Financieringsbehoefte DAEB: dit is de investerings- en herfinancieringsbehoefte van de corporatie conform de dPi (de prospectieve informatie).
  3. Uitbreiding portefeuille WSW: het saldo van bovengenoemde financieringsbehoefte minus alle beschikbare interne financieringsbronnen van de corporatie.
  4. Correctie: correcties kunnen zowel positief als negatief zijn, en kunnen voortvloeien uit bijvoorbeeld het eigenmiddelenbeleid van het WSW.
  5. Borgingstegoed: het borgingstegoed wordt berekend door te kijken in hoeverre de leningen die de corporatie al heeft aangetrokken, ook daadwerkelijk gebruikt zijn. Daarnaast wordt getoetst of de corporatie voldoende, maar niet teveel, liquide middelen aanhoudt.
  6. Borgingsplafond per jaar: dit is de vaststelling van het uiteindelijk borgingsplafond. Hierbij worden de bedragen van onderdeel 1 tot en met 4 meegenomen. Hiervan wordt het borgingstegoed afgetrokken. Dit bepaalt de uiteindelijke hoogte van het borgingsplafond voor dat jaar.

Vastleggen borgingsplafond in borgbaarheidsverklaring

Of een corporatie voldoet aan het borgingsplafond wordt vastgelegd in een borgbaarheidsverklaring. Op grond van deze verklaring mag de corporatie dan, binnen de ruimte van het borgingsplafond, leningen aantrekken met WSW-borging. Hiervoor moet de corporatie nog wel voldoen aan de voorwaarden voor borging. Zo moet de corporatie een risicoscore van minimaal BB- hebben (risicoclassificatie WSW), aan de grenswaarden van de financiële ratio’s voldoen en moet de omvang van de door WSW alle geborgde leningen op dat moment minder dan €3,5 miljard euro zijn (fluctueren of vast bedrag. (Bron: WSW)

Download hier al mijn e-boeken over corporatiebeleid.

Comment Section

0 reacties op “Borging, het borgingsplafond en de borgbaarheidsverklaring van het WSW

Plaats een reactie


*