arrow_drop_up arrow_drop_down

‘Kwetsbare huurders zijn geen uitzondering meer’ (interview met BrabantWonen)

Door de participatiesamenleving wordt er steeds meer van de burger gevraagd. Terwijl de veerkracht van wijken afneemt. Hoe gaat BrabantWonen om met dit spanningsveld? In hoeverre nemen zij verantwoordelijkheid voor kwetsbare huurders? Bestuurder Harrie Windmüller geeft antwoord in gesprek met Ritske Dankert van De Corporatiestrateeg.

Je strategie voor leefbaarheid bepalen met deze 4 stappen (PDF).

We horen veel over kwetsbare huurders de afgelopen jaren. Vooral sinds passend toewijzen is ingevoerd, is hun aantal toegenomen. Waarom is het belangrijk dat corporaties daar aandacht voor hebben?

Om te beginnen in zijn algemeenheid: als bewoners aangeven dat ze fijn wonen, dan zegt niemand dat dat komt omdat de voegen er lekker strak in zitten. Of omdat de pannen recht op het dak liggen.

Het gaat altijd om andere dingen. Over de relatie met hun omgeving. Met hun buren, hun straat. Of de voorzieningen goed op orde zijn en hun kinderen veilig naar school kunnen.

Als het om wonen gaat is het huis belangrijk, maar het thuis en de leefbaarheid zijn nog veel belangrijker. Daarom hebben we daar aandacht voor.

De laatste jaren bestaat de instroom van onze huurders voor een groot deel uit kwetsbare mensen. Dat is geen uitzondering meer. Bovendien kan in elke straat de context anders zijn. Je zult dus op talloze verschillende manieren aandacht voor deze groep moeten hebben.

Je strategie voor leefbaarheid bepalen met deze 4 stappen (PDF).

Om hoeveel instromende kwetsbare huurders gaat het?

We hebben vrij recent het onderzoek van het RIGO gezien waaruit blijkt dat een kleine meerderheid van de instroom in de sociale huursector mensen met zeer een laag inkomen, en daarmee vaak met problematiek betreft.

Er is overigens geen correlatie tussen dementie en inkomen. Alhoewel mensen met een hoger inkomen later dementie krijgen dan mensen met een lager inkomen.

Er is wel een correlatie tussen een laag inkomen en een verstandelijke beperking. Daar kunnen die mensen trouwens niks aan doen. Als je minder goed meekomt op school, kom je ook minder ver op de arbeidsmarkt. En vervolgens heb je een lager inkomen.

Er is ook een correlatie tussen een laag inkomen en een vluchtelingenstatus.

Al met al heb je verschillende soorten van kwetsbaarheid die zich concentreren in de wijken. Zo ontstaat er een spanningsveld. Het Rijk wil graag een participatiesamenleving. Terwijl de veerkracht van wijken steeds verder afneemt. 

Je strategie voor leefbaarheid bepalen met deze 4 stappen (PDF).

Je zegt dat een thuis veel belangrijker is dan een huis an sich. Vervolgens is de vraag hoe je daar als corporatie mee omgaat. Investeer je in leefbaarheid en veiligheid of niet? Of een klein beetje? Of samen met anderen? Hoe kijk jij daar tegenaan?

Je kunt veel energie in de vraag “Waar trek je voor jezelf de grens?” stoppen. Maar als elke partij die betrokken is bij dit vraagstuk dat doet, kom je nooit bij het probleem. Want de echte maatschappelijke vraagstukken van dit moment liggen bij leefbaarheid en veiligheid in wijken.

De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bijna per definitie tussen maatschappelijke organisaties in. Politie, gemeente, huurdersorganisaties, corporaties, maatschappelijk werk, en ga zo maar door. Als elke partij zich de vraag stelt wie ervoor verantwoordelijk is, dan heb je een voortdurende discussie over de randen van wat je bent.

Dat leidt tot twee dingen: ten eerste, als je al kunt definiëren wat precies je verantwoordelijkheden zijn, dan is het morgen weer anders.

Ten tweede blijft er altijd een gebied over waar iedereen of niemand verantwoordelijk voor is.

Je strategie voor leefbaarheid bepalen met deze 4 stappen (PDF).

Wat is dan wijsheid?

Mijn stelling: begin bij het probleem. Dan kom je in ieder geval tot goede oplossingen.

En natuurlijk heb je nog de vraag wie vervolgens welk deel daarvan betaalt. Maar dan heb je in elk geval die oplossing al en draai je niet om het probleem heen.

Met die houding werken wij.

Dan is het natuurlijk wel van belang dat jullie partners ook vanuit die houding werken. Toch?

Zeker, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Je bent jaren bezig om met elkaar een taal te vinden die daarbij hoort. Daar hoort vertrouwen bij. Je staat schouder aan schouder voor hetzelfde vraagstuk.

En het duurt een tijd voordat iedereen met elkaar vertrouwd is om samen in dat grijze gebied te stappen. Maar het kan wel.

Je strategie voor leefbaarheid bepalen met deze 4 stappen (PDF).

Veel corporaties zien in dat hun huurders aandacht voor leefbaarheid en veiligheid belangrijk vinden. En ze willen daar ook graag een bijdrage aan leveren.

Tegelijkertijd voelt het ongemakkelijk voor ze als bijvoorbeeld gemeentes, zorg- en welzijnsorganisaties, de politie en/of schuldhulpverleners niet thuis geven. Je pakt dan problemen op, terwijl je dat voor je gevoel niet zou moeten doen.

Goede samenwerking vraagt veel tijd en vasthoudendheid. Toch is er volgens mij geen andere optie. Ik snap wel dat je af en toe als corporatie een grens trekt. Zeker als er geen sprake is van balans en wederkerigheid.

Maar doe je niets, dan zijn onze huurders  altijd de verliezer.  Dat is geen optie.

Om elkaar te vinden in dat grijze gebied en mensen in beweging te krijgen moet je ook over die grens in discussie. Af en toe zal je moeten zeggen: ‘We stoppen ermee en we willen andere afspraken, want we zitten nu meer op jullie terrein dan op dat van ons.’

Herhaal dat jarenlang consequent.

Als het goed is, leidt dat tot een verhouding waarbij dat soort gesprekken in een vruchtbare bodem plaats blijven vinden. En tot een verhouding waarbij je samen bereid bent om de schouders eronder te zetten.

Je strategie voor leefbaarheid bepalen met deze 4 stappen (PDF).

Kun je een voorbeeld geven van zo’n grensdiscussie?

Toevallig had ik gisteren nog een discussie over steeds terugkerend grofvuil. Grofvuil bij inpandige containers, grofvuil bij onze panden, grofvuil dat achterblijft na een verhuizing. Dat ligt soms op gemeentegrond. Maar de gemeente zegt dat het van onze huurders komt en tegen onze panden aan ligt.

Ondernemen we geen actie, dan wordt het na verloop van tijd een vuilnisbelt. Dus we ruimen het op. Mensen zien vervolgens dat het wordt opgehaald, en zetten nog vaker grofvuil neer.

Dan moet je echt aan de bel trekken en tegen de gemeente zeggen dat hier iets niet goed gaat. We willen samen aan tafel om opnieuw te kijken hoe we dit aanpakken. We kunnen niet doorgaan met het ophalen van al het huisvuil.

Je zegt dus in feite dat jullie het probleem oplossen, maar dat jullie tegelijkertijd het gesprek aangaan over hoe je het structureel gaat oplossen.

Jazeker.

Dat geeft dan ook die basis van dat je er samen voor staat, toch?

Leefbaarheid en veiligheid zullen nooit een spoorboekje zijn; de correlatie tussen je ingrijpen en meer leefbaarheid en veiligheid is moeilijk te duiden. Je weet niet of die verbeteren omdat je die ene rotzak op straat hebt gezet, of omdat je een bankje hebt geplaatst waar mensen kunnen rusten en elkaar ontmoeten.

Wat we wel weten: als we niks doen en als we er niet samen de schouders onder zetten, dan gebeurt er zéker niets.

Je strategie voor leefbaarheid bepalen met deze 4 stappen (PDF).

In de wijk Ruwaard in Oss werken jullie met veel partijen samen om ervoor te zorgen dat juist kwetsbare huurders goed kunnen wonen. En hun buren. Daar ga je over vertellen op het seminar over leefbaarheid & corporaties op 6 februari. Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

We zijn hier aan de kant van de zorg begonnen. Er liggen nogal wat zorgvraagstukken na het overgaan van veel verantwoordelijkheid vanuit het Rijk naar de gemeente.

Door de Wmo, waarbij er fors is bezuinigd, heeft de gemeente een grote verantwoordelijkheid. Die ligt dus ook dichter bij ons, want de gemeente is een samenwerkingspartner.

Tegelijkertijd is er bloot komen te liggen dat er veel geld achter één voordeur verdwijnt: 80.000 euro per jaar. Als we niks doen, gebeurt dat volgend jaar weer. En als je die mensen vraagt of ze er blij mee zijn en er beter van worden, dan is het antwoord vaak nee.

Dus we zijn op zoek gegaan naar andere manieren om, in overleg met die mensen, tot andere oplossingen te komen. Dwars door alle formulieren en gescheiden werkvelden heen.

Aanvankelijk hebben we getracht om de status van proeftuin te krijgen. Daar heeft een oud-minister ons nog bij geholpen. We zijn er een paar jaar mee bezig geweest. Maar dat was geen weg die energie gaf en tot snelle resultaten leidde.

Wel heeft het ertoe geleid dat we elkaar enorm goed gevonden hebben. We stonden schouder aan schouder, we hadden een visie op wat we wilden en we zijn gewoon gaan doen.

Nu zijn we gestopt met proberen het systeem te veranderen. In plaats daarvan zijn we onszelf gaan veranderen. Vanaf het moment dat we dat doen, is er een beweging ontstaan die niet meer te stoppen is.

De medewerkers die met hun poten in de modder in de wijken rondlopen krijgen de vrijheid om samen en in overleg met de mensen om wie het gaat beslissingen te nemen, los van alle formulieren.

Dat is al een hele stap voorwaarts ten opzichte van strikt opereren binnen alle wet- en regelgeving voor verschillende doelgroepen die samenkomt en tot 80.000 euro per voordeur leidt, met weinig resultaat.

Harrie Windmüller is een van de sprekers tijdens het seminar ‘Leefbaarheid: wat doet de corporatie?’ op 6 februari 2020. Ben je er ook bij?

Reactie plaatsen

Cookies