Er bestaat een hardnekkig misverstand over de gemengde wijk, en een opvallende terughoudendheid bij corporaties als het gaat om woningtoewijzing. Beide zorgen ervoor dat veel problemen in wijken onnodig ontstaan of blijven bestaan.
Corporaties kunnen door slim te sturen op in- en uitstroom van bewoners veel meer bereiken dan ze nu doen.
Het misverstand van de gemengde wijk
Een veel gehoord bezwaar tegen gemengde wijken is het beeld van nieuwbouw waarbij mensen van buiten de wijk komen wonen maar nauwelijks contact hebben met de bestaande bewoners. Ze wonen aan de overkant van de straat, maar er is geen verbinding. Statistisch klopt de mix dan wel, maar voor de leefbaarheid levert het weinig op.
Menging kan echter ook veel natuurlijker tot stand komen. Op een manier waarbij bewoners elkaar daadwerkelijk kennen, samen dingen doen en samen aan de leefbaarheid werken.
Onleefbaarheid ontstaat vrijwel altijd door een cumulatie van problemen die samenkomen in één buurt of wijk. Mensen die een onderdeel van de oplossing zouden kunnen zijn, vertrekken dan juist.
Op een gegeven moment heeft een wijk niet meer het vermogen om problemen zelf op te lossen – niet individueel en ook niet samen.
Dit is ook de gedachte achter de veerkrachtkaarten die in opdracht van Aedes worden gemaakt. Ze laten zien welke wijken onvoldoende veerkracht hebben om problemen het hoofd te bieden.
Sturen op instroom: van licht naar zwaar
Als corporatie kun je meer doen dan ad hoc maatregelen nemen als de problemen er al zijn. Door te sturen op woningtoewijzing kun je op de lange termijn de balans en veerkracht van een wijk op peil brengen en houden.
Dit vraagt wel om een andere mindset. Zo’n twintig jaar geleden lag de nadruk bij woningtoewijzing op de keuzevrijheid voor huurders. In de huidige woningmarkt kun je in praktijk echter nauwelijks nog van keuzevrijheid spreken.
Als de instroom in wijken dan ook nog zorgt dat de leefbaarheid onder druk komt te staan, moet je als corporatie anders gaan toewijzen.
Sturen op instroom kan op heel verschillende manieren en met heel verschillende intensiteit. Een hele zware variant is gericht woningen toewijzen met selectiecommissies. Maar je kunt ook advertenties net iets anders opstellen om een bepaalde doelgroep aan te trekken: dat is een veel lichtere variant.
Daarnaast kun je bijvoorbeeld een tweehurenbeleid toepassen of zorgen voor een gedifferentieerder woningaanbod in de wijk. Welke aanpak passend is, hangt af van hoe een wijk ervoor staat.
Begin met inzicht in je wijken
Goed sturen begint met goed inzicht – en dat geldt voor álle wijken, niet alleen de wijken waar nu problemen zijn. Breng in kaart wat de instroom is, wat de uitstroom is en wat er in de tussentijd in een wijk gebeurt.
Is de instroom ook daadwerkelijk kansarm? Of zie je juist bewoners instromen die na een tijdje weer uitstromen omdat ze zijn gegroeid? Want dat kan ook een functie van een wijk zijn. Pas als je dat weet, kun je bepalen in welke wijken je meer of minder moet sturen.
Dit maakt sturen op woningtoewijzing bij uitstek een langetermijnstrategie. Je kunt het juist inzetten in de wijken die nog niet (en hopelijk nooit) in de zwaarste categorie vallen. Preventief sturen is daarmee veel effectiever dan wachten tot de situatie zo ernstig is dat je niet anders meer kunt.
Sturen op uitstroom: wie wil je behouden?
Het allerbelangrijkste bij de uitstroom is begrijpen waarom mensen de wijk verlaten. Want mensen die je wilt behouden – omdat ze een bijdrage leveren, al is het maar door hun inkomen waarmee ze bepaalde voorzieningen overeind houden – die wil je vasthouden.
Als mensen uitstromen omdat ze met hun gestegen inkomen hun woondromen binnen de wijk niet kunnen waarmaken, dan is dat een gemiste kans. Je kunt dat faciliteren door gedifferentieerder te bouwen, bij renovatie andere keuzes te maken of bijvoorbeeld door verkoop als instrument in te zetten.
Ruimte in de regionale woonruimteverdeling
Veel corporaties zitten in een regionale woonruimteverdeling, en ook daarin zal meer ruimte moeten komen om beter te kunnen sturen op de instroom. Dat vraagt dingen van de woonruimteverdeling én van de vastgoedsturing van een corporatie.
Het is investeren in beleid en samenwerking die op de korte termijn niet altijd zichtbaar renderen. Maar op de lange termijn maken ze het verschil tussen een wijk die uit balans raakt en een wijk met bewoners die zelf de leefbaarheid op peil houden.
Het doel: wijken die zichzelf dragen
Het uiteindelijke doel van sturen op woningtoewijzing is een basis creëren van waaruit bewoners zelf voor positieve leefbaarheid kunnen zorgen. Een wijk waarin mensen zelf initiatieven nemen, met elkaar samenwerken en samen problemen oplossen.
Corporaties zijn bij uitstek de partij die dit op de lange termijn kan beïnvloeden. Niet door te wachten op problemen, maar door daar ver voor al structureel op te sturen.
Wil je – ook in bredere zin – sturen op de leefbaarheid van wijken? Kijk dan ook even naar de 2-daagse training Wijkplannen Maken.