Corporaties als netwerkorganisaties (interview met Margriet Drijver)

In dit artikel lees je deel 2 van het interview met Margriet Drijver. In deel 1 ging het over ketensamenwerking en regisserend opdrachtgeverschap. In deel 2 lees je over de visie van Margriet op de corporatie als netwerkorganisatie en de disciplinerende rol van de Woningwet. 


Corporaties worden netwerkorganisaties

Sinds de invoering van de nieuwe Woningwet in 2015 is er behoorlijk wat veranderd volgens Margriet: “Er is een nieuwe context geschapen, waarin de corporatie een soort netwerkorganisatie aan het worden is die op veel terreinen moet samenwerken met anderen.”

Deze samenwerking zie je bijvoorbeeld terug in de prestatieafspraken tussen corporaties, gemeenten en huurdersorganisaties. In de praktijk gaan deze veel verder dan alleen stenen, stelt Margriet. De afspraken gaan ook over hoe je je als corporatie positioneert ten opzichte van andere dienstverleners. “Dat heeft te maken met de keten wonen-welzijn-zorg, maar ook met de organisaties rondom schoon, heel en veilig.” 

Een grote opgave voor corporaties is volgens Margriet om zich zodanig te positioneren dat ze recht doen aan hun wettelijke taak, maar ook voor de klant een sluitende keten maken. 

Positieve effecten van de Woningwet op de corporatiesector

Ondanks de kritiek op de huidige Woningwet vanuit corporaties en gemeenten, kan Margriet Drijver over de woningwet niet anders dan positief zijn: “ik vind dat die ons disciplineert, en dat werd hoog tijd. De Woningwet helpt ons ook om beter te ordenen in de organisatie, transparanter te worden, en explicietere keuzes te maken op alle niveaus.”  

Aanleiding voor de herziening van de Woningwet waren diverse misstanden in de corporatiesector. Margriet kijkt er daardoor niet van op dat corporaties vanuit de samenleving en overheid gevraagd werden om transparanter te worden en zich beter te verantwoorden. 

“De kern van onze bedrijfsvoering is dat we een wettelijke taak uitvoeren, niet meer en niet minder. Ik vind dat we met de Woningwet een aantal handreikingen gekregen hebben om dat op een eenduidige manier te doen.” 

Een interessant voorbeeld daarvan vindt Margriet het maken van prestatieafspraken. Doordat zowel corporaties als gemeenten daartoe verplicht worden, zijn de afspraken die tussen deze partijen gemaakt worden veel minder vrijblijvend als voorheen. De volkshuisvestelijke visie van de gemeente vormt nu de basis voor afspraken. 

“Het is ook erg interessant om te zien hoe de huurdersvertegenwoordiging daarop inhaakt,” vindt Margriet. “We gaan het komend jaar voor de derde keer op deze manier doen. Als je ziet hoe snel we daarin groeien. We laten iets moois zien, dat iets toevoegt en draagvlak geeft voor wat we doen.” 

De Woningwet brengt partijen bij elkaar 

In 2015 en 2016 werkte Margriet als interim directeur-bestuurder bij Acantus. Deze corporatie is actief in een kwetsbaar gebied in Oost-Groningen, bestaande uit zes gemeenten. Vanuit het visitatierapport was al gebleken dat Acantus beter moest gaan samenwerken met de belanghouders. “En Oost-Groningen staat er niet om bekend, dat de gemeenten goed samenwerken.” 

De Woningwet verplichtte Acantus en de gemeenten om samen om tafel te gaan zitten en daarbij de huurdersvertegenwoordiging te betrekken. “Ik heb daar op tafel gelegd dat het dilemma van een corporatiebestuurder, zeker in een kwetsbaar gebied, is: waar zet ik mijn schaarse middelen in?”  

Margriet nodigde alle partijen uit om dat keuzeproces samen te dragen. “Dat heb ik een democratisch vraagstuk genoemd. Zij zijn eerder democratisch gelegitimeerd in het maken van keuzes dan ik dat als corporatiebestuurder ben.” 

Hoewel de zoektocht naar het antwoord op dit democratisch vraagstuk nog steeds gaande is, is het wel gelukt om de communicatie tussen alle betrokken partijen gaande te houden. “In Oost-Groningen zijn veel dingen mislukt, en dit lukt. Dat komt door de Woningwet, en doordat je daarmee als corporatie de positie hebt om partijen bij elkaar te brengen. Daar word ik blij van.” 

Ruimte voor tegenspraak door controlfunctie 

Ook heeft de Woningwet positieve invloed gehad op de positie van de controle, vindt Margriet. Bestuurders hebben de neiging om gedreven te zijn, en ver voor de troepen uit te lopen. “Maar veel incidenten kwamen voort uit het feit dat er te weinig tegenspraak werd georganiseerd. 

De Woningwet heeft de controlfunctie onafhankelijk gemaakt, waardoor tegenspraak georganiseerd werd. Corporaties met meer dan 2.500 vhe dienen de controlfunctie in een afzonderlijke organisatie-eenheid op te nemen. Bovendien kan de intern controller zowel gevraagd als ongevraagd advies geven aan het bestuur en de RvC. “Het dwingt de RvC ook om meer in dat tegenspel te zitten. En tegenspel is iets anders dan tegenwerken.” 

Margriet definieert dit als met elkaar een gesprek voeren over of dat wat je wilt en kunt, ook realistisch is. “Dat geeft hele mooie gesprekken. De Woningwet faciliteert dat goed door organisatorische ingrepen, en dit is wat daarachter zit.” 

Beter samenwerken versterkt legitimiteit 

Margriet hoort veel van haar collega’s zeggen dat zij door de Woningwet veel niet meer mogen. “Volgens mij is dat absoluut niet waar. Als ik naar de Woningwet kijk, mogen we een heleboel.” Margriet ziet wel dat corporaties veel zaken niet meer alleen mogen doen. “En dat is terecht, als je een wettelijke taak uitvoert.” 

Corporaties worden niet beperkt in hun uitgaven, stelt Margriet. Deze uitgaven moeten echter wel gebaseerd zijn op een inhoudelijk programma, dat een corporatie met haar partners samen afspreekt. ”Door de Woningwet worden partijen gedwongen meer samen te werken, je legitimiteit daaruit te halen, en dan met elkaar te zoeken hoe de beschikbare middelen het best mogelijk ingezet kunnen worden.” 

“Ik ben dus heel positief over de woningwet,” zegt Margriet. “Het is misschien ook een beetje wishful thinking, maar ik zie wel dat we de kanteling samen maken. Dus ik geloof erin dat we uitkomen waar de publieke opinie en wetgever ons wilde hebben.” 

“Namelijk als een onderdeel van de decentralisatiebeweging die in Nederland sowieso gaande is, en die vooral voor onze doelgroep belangrijk is. Die doelgroep is aangewezen op zaken die met zorg en ondersteuning te maken hebben. Als die ketens sluiten, geven we onze klanten pas echt goede kansen.” 

Passend toewijzen hoeft corporaties niet te beperken 

Een onderdeel van de Woningwet dat veel kritiek heeft gekregen is het passend toewijzen. “Passend toewijzen is in de slipstream van de Woningwet meegekomen, dit hoorde er niet in en is niet goed doordacht,” vindt Margriet. Een veelgehoord punt van kritiek is dat het passend toewijzen corporaties beperkt in het faciliteren van gemengde wijken, een belangrijke taak die corporaties in het verleden hadden. 

De doelstelling achter passend toewijzen is een terechte, vindt Margriet. Zij ziet dat corporaties vaak dreigden uit te schieten en woningen te duur werden voor de klanten. “In die zin was dat signaal wel terecht.” Margriet ziet nu ook dat veel corporaties ook goedkoper worden, zonder dat de woningen van mindere kwaliteit worden. 

Maar niemand heeft tegen ons gezegd dat we geen gemengde wijken mogen maken.” Wat er volgens Margriet wel is gezegd, is dat waar corporaties buiten het domein van staatssteun komen, ze zich anders en transparanter moeten organiseren. 

“We hebben ons bijna allemaal onze niet-Daeb taak laten afpakken of door onze vingers laten glippen. Er is bijna geen gemeente die ons aanspreekt op onze niet-Daeb taak, terwijl ze dat best kunnen doen. De vraag is hier eigenlijk: in hoeverre heeft de Woningwet hiertoe geleid, of waar hebben we dat gesprek niet goed gevoerd?” 

Margriet ziet collega’s die met een grote niet-Daeb tak kans zien om gemengde wijken te maken. En collega’s die zich inzetten voor middengroepen die geen huurwoning kunnen vinden in gebieden waar de woningmarkt booming. “Hier is de wet niet zozeer de belemmering, maar is de vraag hoe je je wettelijke taak invult het knelpunt. Daar vind ik écht dat we met elkaar kansen hebben laten liggen.” 

Als voorbeeld daarvan noemt Margriet Oost-Groningen. Zij vindt dat de wethouders daar steken hebben laten vallen, door in een dergelijk kwetsbaar gebied de corporatie niet aan te spreken op hun rol in de niet-Daeb tak en het verzorgen van woningen met een huurprijs tussen de €700,- en €800 ,-. “Daar gaat in Veendam en Winschoten geen belegger in zitten. Maar de corporatie zou dat wel kunnen doen, omdat deze een minder grote rendementseis heeft.” 

De gemeente aanspreken op hun zorgtaak 

Niet alleen huurders met een laag inkomen, maar ook huurders met een zorgbehoefte worden geraakt door de veranderingen van het passend toewijzen. Mensen die niet zelfstandig kunnen wonen, worden hiertoe soms wel gedwongen door de nieuwe wetgeving. 

“Als je niet uitkijkt, cumuleert dat en loopt het vreselijk uit de hand.” Voor Margriet is dat de trigger om de prestatieafspraken breder te maken. Ook de gemeente moet daarbij worden aangesproken op hun zorgtaak. 

Margriet is op dit moment als interim bestuurder werkzaam bij Elkien. In de gemeente Súdwest-Fryslân gaat de corporatie aan tafel met een zorgaanbieder. “We willen daar met de gemeente de keten wonen-welzijn-zorg sluiten, net zoals we afspraken maken over de stenen.” 

Al met al ziet Margriet in dat de regelgeving moet worden opgerekt. Ze vindt de grens van wat een corporatie met staatssteun mag doen, erg scherp. Zoals het nu is, zo kan het niet altijd, stelt Margriet. Tegelijkertijd vindt Margriet dat wanneer een corporatie helder heeft gemaakt wat Daeb en niet-Daeb is, dat er actief doorgebouwd zou mogen worden. “Gemengde wijken zijn toch wel een hele belangrijke verworvenheid van ons land.” 

Wat was de laatste keer dat je dacht, wauw, dat heeft die corporatie goed gedaan? 

Margriet: “Ik ben zo trots op mijn oud-collega’s in Veendam (van woningcorporatie Acantus, red.), toen die brand daar in april was. Waarbij iemand die heel kwetsbaar was, en waar toch weer net te laat hulp kwam, zijn huis in brand zette. Alle bewoners daaromheen waren in paniek.” 

“De manier waarop de mensen van die corporatie daar toen de paniek gedownsized hebben en voor herhuisvesting hebben gezorgd. En tegelijkertijd de discussie over hoe dit kan gebeuren weer op de agenda hebben gezet. Daar was ik echt heel trots op. Daar heb ik veel respect voor, dat wij dat kunnen, dat dát de rol van corporatie in de samenleving is.” 

“Het gaat om kwetsbare klanten, en om het woongenot van al onze klanten, en daar hoort bij om op dit soort dingen adequaat te reageren, er dan zijn voor de mensen, en zorgen dat dat geen hype of paniek wordt. Als je dat goed kunt, dan heb je het vak goed doorstaan.” 

“Dat vind ik veel knapper dan dat je een mooi project neerzet. Dat is ook leuk, en daar kan ik ook enthousiast van worden, maar dit is wat het wezen van ons werk is. Dat wij zorgen voor een dak boven het hoofd van kwetsbare mensen. Ook in calamiteitensituaties.”