Theorie en praktijk van de energieopgave (interview met Henk Visscher, TU Delft)

Henk Visscher (hoogleraar woningkwaliteit en procesinnovatie bij de TU Delft) is al jaren bezig met de vraagstukken rondom duurzaamheid en energiebesparing. Ritske Dankert van De Corporatiestrateeg ging met hem in gesprek over energielabels, bewonersgedrag en de gevolgen van het klimaatakkoord voor woningcorporaties.

Energieopgave is groter dan gedacht

In 2017 deed de TU Delft samen met Aedes een onderzoek naar het energieverbruik van woningen met verschillende energielabels. In dit onderzoek vergeleek men het theoretische energieverbruik met het daadwerkelijke verbruik.

Daarbij kwamen enkele verrassende zaken boven tafel. Henk geeft daar een voorbeeld van. “De woningen met een slecht energielabel, waarvan je verwacht dat er veel energie wordt verbruikt voor het verwarmen van de woning, verbruiken in de praktijk ongeveer de helft van de energie die je volgens de theorie zou verwachten.

Dat komt vooral doordat we in Nederland de temperatuur per ruimte kunnen regelen. Je kunt in elke kamer kiezen of je de verwarming wel of niet aanzet.

Mensen met een slecht geïsoleerde woning zetten vaker de verwarming uit als de ruimte niet gebruikt wordt. De verwarming op de slaapkamer staat bijvoorbeeld uit. De berekening volgens de theorie gaat er juist vanuit dat elke kamer in de woning een bepaalde tijd wordt verwarmd.”

Het gevolg daarvan is dat je in de praktijk veel minder energie bespaart als je een labelstap maakt dan je op basis van de modellen zou verwachten. “Daarnaast is het zo dat de woningen met een goed energielabel juist iets meer verbruiken dan volgens diezelfde modellen wordt berekend”, vertelt Henk. “De terugverdientijd voor een investering die je doet om een woning energiezuiniger te maken is daardoor veel langer dan waar we in theorie altijd van uit gingen. Dat is een consequentie waar corporaties rekening mee moeten houden.”

De opgave voor corporaties wordt daardoor alleen nog maar groter.

Een andere conclusie uit het onderzoek was dat mensen met een lager inkomen een hogere energierekening hebben. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat mensen met een lager inkomen minder vaak een baan hebben en dus vaker thuis zijn. Dat betekent ook dat de kachel vaker aan staat.

Voor corporaties is dat interessante informatie. Een groot deel van hun huurderspopulatie bestaat uit mensen met lage inkomens. En juist voor die doelgroep willen corporaties lage woonlasten realiseren.

Hoge verwachtingen vragen grote investeringen van corporaties

Om het energieverbruik terug te dringen, moeten ook woningcorporaties hun steentje bijdragen. Met labelstappen wordt in de praktijk minder energiebesparing gerealiseerd dan in de theoretische modellen.

De opgave is dus taaier dan verwacht”, meent Henk. “De doelstellingen in het Klimaatakkoord zijn fors. Om aan de totale verandering van de energietransitie te voldoen, wordt er veel verwacht van energiebesparing in woningen.”

“Als je een woning wilt verbeteren, moet je flink investeren”, vertelt Henk. “Je gaat dan wel wat besparen op de energierekening, maar geen enorme bedragen. Om het Klimaatakkoord te laten slagen, moet de energievraag van de woningvoorraad worden teruggedrongen. We moeten veel meer gaan isoleren en er moeten andere energiedragers komen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan restwarmte of warmtepompen.”

Corporaties kunnen het niet alleen

“De huidige investeringsopgave is veel te fors voor woningcorporaties alleen. Daarbij is hulp nodig van de overheid”, vindt Henk. “Het idee is dat de prijs van technische oplossingen op den duur zakt, door meer industrialisatie en opschaling in de bouw.”

Een van de eerste stappen van het kabinet is het verhogen van de belasting op gas en het verlagen van de belasting op stroom. Daardoor nemen de investeringsmogelijkheden – vooral voor woningeigenaren – een beetje toe.

Er zullen nog meer maatregelen nodig zijn om investeren in duurzame energie echt aantrekkelijk te maken. Het Klimaatakkoord moet daarvoor verder worden uitgewerkt. Ook volgende kabinetten zullen daarin nog veel keuzes moeten maken.

“Een van de dingen in de uitwerking van het Klimaatakkoord zal staan is bijvoorbeeld een renovatieversneller of startmotor”, voorspelt Henk. “Dat zijn instrumenten die nog niet goed zijn uitgewerkt. Het idee erachter is dat de corporaties zullen worden aangezet om meer te gaan renoveren.”

Het terugdringen van de energievraag begint bij de corporaties

“Van de corporatiesector wordt in het Klimaatakkoord een aanzienlijke bijdrage verwacht”, vertelt Henk. Ondanks dat huurders van corporaties veelal tot de laagste inkomensgroepen behoren, zijn er wel redenen waardoor juist corporaties het voortouw kunnen nemen.

Corporaties bezitten veel woningen en kunnen dus grootschalige opdrachten formuleren. Ook kunnen corporaties met elkaar opdrachten in de markt zetten, waardoor de schaal nog groter wordt.

“Voor de bouwsector ontstaat daardoor een duidelijke vraag om op grote schaal vergelijkbare producten te genereren”, meent Henk. Dat breng meer continuïteit en lagere kosten. Als dat proces eenmaal op gang is, kan de private sector ook aanhaken.”