Beleid als routekaart? Of als kompas?

Zie jij het beleid en de strategie van jouw corporatie als routekaart of als kompas? 

In dit artikel wil ik het met je hebben over het onderscheid tussen deze twee beelden, wat de essentiële verschillen zijn, en waarom je heel anders naar beleid gaat kijken als je beleid ziet als routekaart of juist als kompas.

Lees ook mijn gratis e-book ‘17 schrijftips voor leesbaar en overtuigend beleid’.

Beleid als routekaart

Veel corporaties zien beleid vaak als een soort routekaart. Dat doen zij vaak impliciet, maar soms ook heel expliciet, zoals bijvoorbeeld bij de Aedes routeplanner voor verduurzaming. 

Een routekaart dus. Alsof het een wegenkaart is waarop je precies kunt zien waar je naartoe gaat, waar je onderweg langskomt, waar je even kunt stoppen, waar je kunt bijtanken, etc.

In de praktijk werkt het vaak niet zo.

De praktijk wijkt vaak af van hoe het op de routekaart is aangegeven. Dat is ook logisch want een beleid of een strategie is in wezen echt iets anders dan een wegenkaart.

Bij een echte wegenkaart gingen anderen je voor. De makers van een wegenkaart hebben vrij gedetailleerd kunnen aangeven wat jij onderweg allemaal kunt verwachten. 

Een beleidsplan gaat altijd over iets wat in de toekomst gebeurt. Niet alleen ben je daar zelf nog niet geweest, maar er is zelfs nog helemaal niemand geweest. 

Het is dus onmogelijk om daar een gedetailleerde routekaart van te maken. Natuurlijk kun je wel verwachtingen uitspreken aan de hand van hoe het verleden er uitzag, maar in het verleden behaalde resultaten bieden uiteraard geen garantie voor de toekomst.

Daarmee verschilt beleid dus wezenlijk van een wegenkaart. Wie toch die vergelijking maakt suggereert – impliciet – dat het einddoel en de route er naartoe eenvoudig vast te leggen is.

Beleid als kompas

Dan het alternatief.

Ik denk dat beleid veel beter vergeleken kan worden met een kompas. 

Net zoals bij een kompas weet je dan waar het noorden, het einddoel, ligt. Je weet ook welke kant je op moet om daar te komen. Maar je weet nog niet wat je onderweg precies tegenkomt. 

Het kompas laat niet zien of je een rechte geasfalteerde weg volgt. Of juist langs bergen met haarspeldbochten moet navigeren. Hooguit kun je op zicht het eerste deel van je route bepalen.

Zo is dat met beleid natuurlijk ook.

Flexibele route

Daarom is het belangrijk om in je beleid zeer duidelijk te zijn over het einddoel. Maar ook om flexibel te zijn wat betreft de manier waarop je dat einddoel bereikt. Er leiden nu eenmaal meerdere wegen naar Rome.

Als je dat einddoel scherp hebt, en die flexibiliteit er is, dan is het vervolgens belangrijk om ook onderweg te blijven schaven aan zowel het eindplaatje als de route. 

Het kan gebeuren dat het einddoel wijzigt na verloop van tijd. Ook is het goed om te blijven monitoren of je nog steeds de juiste, kortste en meest efficiënte weg bewandelt.

Bekijk beleid daarom nooit als iets dat eenmalig vastgesteld wordt, en daarna precies zo uitgevoerd moet worden. 

Het tegendeel is namelijk het geval.

Als beleidsmaker zul je ook na vaststelling van een beleidsstuk voortdurend met je collega’s in gesprek moeten blijven over de uitvoering. 

Blijf monitoren of je nog de juiste koers vaart. Of er onderdelen van het beleid bijgesteld moeten worden. En of er wellicht betere routes naar het eindresultaat beschikbaar komen.

Probeer daarover na te blijven denken en flexibel te zijn. 

Ban dus de vergelijking met die routekaart uit. Je kunt je route naar een toekomstig beleidsdoel nu eenmaal niet vooraf tot in de details plannen.

Bekijk beleid liever als een kompas dat je onderweg steeds opnieuw gebruikt om de richting te bepalen.

Meer weten over het schrijven van beleid? Download dan hier mijn gratis e-book ‘17 schrijftips voor leesbaar en overtuigend beleid’.